Kleine uitweiding » Het geldende adelrecht

Het geldende adelrecht – verleden en heden

Het adelrecht kent een lange geschiedenis. Al meer dan 1500 jaar komt het adelrecht nu eens meer, dan weer minder tot uiting. De ontwikkeling in de laatste eeuwen ging echter achteruit: door de enorme maatschappelijke veranderingen in de 18e en 19e eeuw verliezen de adel en bijgevolg het adelrecht aan belang. Desondanks zijn er ook vandaag nog wettelijke regelingen en privileges voor leden van de adel. Het is de moeite even aandacht te besteden aan de geschiedenis van het adelrecht, het naamrecht en de verschillen bij het verwerven en gebruiken van een naamstoevoeging.

Geschiedenis van het adelrecht

Het adelrecht vindt zijn oorsprong in de zesde eeuw na Christus. De Frankische koning Clovis I vaardigde toen de zogenoemde Salische Wet uit. Als Germaans stamrecht gold de wet meteen voor alle leden van de adel op Duitse bodem. De Salische Wet maakte deel uit van het publieke recht. Enerzijds stipuleerde deze juridische regelgeving voor alle burgers, anderzijds bestonden er tegelijk bepaalde uitzonderingen voor de adelstand. Op die manier werd voor het eerst de adel juridisch afgebakend van de burgerij. Bovendien vermeldde de Wet voorschriften bij het verheffen tot de adelstand. Als niet-adellijke personen tot de adel wilden behoren, waren de voorschriften van de Lex Salica duidelijk.

Later in de geschiedenis werd de adel opgedeeld in verschillende klassen. Wie tot de hoge adel behoorde, kon aanspraak maken op diverse uitzonderingen. Deze omvatten een speciaal procesrecht, een bijzonder familierecht en erfelijke bepalingen, waarin de hogere adel anders behandeld werd dan de burgerstand.

Zelfs na de inwerkingtreding van het Duitse Burgerlijk Wetboek in 1900 behield de hoge adel een speciale rol, aangezien in een eigen adellijk wetboek afwijkende regelgevingen bepaald werden. Er was dus niet alleen bij het begin van de adelstand een speciaal adelrecht. Bovendien had een edelman financiële voordelen. Ze waren vrijgesteld van belasting- en tolplicht, zodat ze aanzienlijk minder heffingen moesten betalen. Dat zorgde ervoor dat de adel er financieel nog beter voorstond.

In de 19e eeuw bestond zelfs een eigen autoriteit voor adel en adellijke titels, in 1855 opgericht door de Pruisische koning Frederik Willem IV. De bedoeling was om personen van adel beter te begeleiden. De zogenoemde herautsdienst stond in voor de toepassing van het adelrecht. Ook het adelrecht was in de loop van de geschiedenis onderhevig aan diverse wijzigingen. Een punt van overeenkomst van de meeste bepalingen was echter dat edellieden juridisch bevoorrecht en geprivilegieerd behandeld werden.

Val van de monarchie en het nieuwe adelrecht

De val van de monarchie was een baanbrekende gebeurtenis voor de adelstand en het adelrecht. Staten met een monarchie waren nauw vervlochten met de adelstand. Het Salische recht van Clovis I gold in principe tot het einde van de monarchie en de Eerste Wereldoorlog. Na 1918 trad de Duitse grondwet in werking. In artikel 109 stipuleerde deze dat alle voorrechten en nadelen door privileges op basis van geboorte of stand opgeheven werden. Daarmee was de betere positie op basis van de wetgeving voor de adel verleden tijd.

Voortaan waren adellijke titels enkel een naamstoevoeging, die niet officieel toegekend werd. Het werd zo echter ook eenvoudiger om adellijke titels toegankelijk te maken en door te geven. Het adelrecht speelde geen rol meer. U kunt nu een adellijke titel kopen en deze voortaan als pseudoniem gebruiken.

Na de Eerste Wereldoorlog controleerde de bevoegde commissie voor adelrecht weliswaar nog steeds of de adellijke titel juist gedragen werd. Het was evenwel louter een speciale privaatrechtelijke instelling, die niet meer vergelijkbaar was met de herautsdienst van de staat. De beslissingen waren bovendien alleen bindend voor de leden van de commissie.

De commissie inzake adelrecht controleert niettemin ook nu nog of een adellijke titel op de correcte historische manier gedragen wordt. Deze commissie werd na de Tweede Wereldoorlog opgericht als speciale privaatrechtelijke instelling (ARA), niet meer te vergelijken met de herautsdienst uit Pruisen. Deze controleert a.h.v. de Salische Wet of men tot de historische adel behoort; de beslissingen zijn echter niet bindend voor wie geen lid is.

Verschillen tussen adellijke titel, adellijk predicaat en predicaat
Naast de adellijke titel hoort men tegenwoordig ook de begrippen ‘adellijk predicaat’ en ‘predicaat’. De adellijke titel wijst op de maatschappelijke positie van de houder ervan. Zo was de adellijke titel ook in de Grondwet van Weimar nog belangrijk om de protocollaire stand te bepalen. In dat rangsysteem bekleedde de keizer de hoogste rang, gevolgd door koning, hertog, vorst, baron, graaf, vrijheer, ridder, heer en jonker als laagste rang. Bij elke adellijke titel hoorde een welbepaalde aanspreekvorm. Deze worden ‘adellijke predicaten’ genoemd, waardoor bijv. een hertog aangesproken moest worden als ‘Koninklijke Hoogheid’, terwijl in lagere rangen bijv. een graaf enkel met ‘Hoogheid’ of een vrijheer alleen als ‘Hoogwelgeboren’ werd aangesproken. Het adellijke predicaat komt nu regelmatig voor bij namen in alle lagen van de maatschappij. Daarbij komt vaak een naamstoevoeging, die mensen van adel vroeger onderscheidde. Denk daarbij vooral aan ‘van/von’ als aanduiding van de afkomst of ‘ten/zu’ bij de verandering van woonplaats, bijv. ‘von Weißenfels zu Schwarzfels’. Ook een combinatie is mogelijk, waardoor de oeradel zijn voorvaderlijke stamslot aangaf.

Adellijke predicaten in het naamrecht
Het adellijke predicaat is nu alleen nog onderhevig aan de bepalingen van het naamrecht. Daarom is het ook eenvoudiger een adellijke naam op verschillende manieren te verkrijgen.

Een adellijk predicaat wordt regelmatig verkregen door (wettige of buitenechtelijke) geboorte en naamswijzigingen ten gevolge van huwelijk of adoptie. Talloze combinaties zijn mogelijk – zo kan een vrouw het adellijke predicaat als onderdeel van de naam van haar man verkrijgen en dat bij een scheiding en nieuw huwelijk doorgeven aan een derde. Over het algemeen kunt u echter geen adellijk predicaat verkrijgen louter door een aanvraag voor naamswijziging. Dat is namelijk alleen onder strenge voorwaarden mogelijk, waarbij een psychische belasting van de houder van de naam door die naam moet worden bewezen. Het feit dat een naam niet adellijk is, voldoet niet aan deze criteria.

Verschillen tussen adellijke titel, predicaat en adellijk predicaat

Als we het adelrecht bekijken, onderscheiden we verschillende begrippen. De adellijke titel, het predicaat en het adellijk predicaat vormen een onderdeel van de adelstand. Zijn deze begrippen synoniemen of zijn er verschillen?

De adellijke titel beschrijft in principe de positie van de edelman in de samenleving. Dat is een nauwkeurige aanduiding van de maatschappelijke stand. Zelfs in de Grondwet van Weimar was de adellijke titel nog belangrijk om de rang te bepalen. De keizer stond bovenaan de ranglijst, gevolgd door de koning, hertog, vorst, baron enz. De aanspreektitel was afhankelijk van de adellijke titel. Die aanspreektitel is het adellijke predicaat: hertogen werden bijv. met ‘Koninklijke Hoogheid’ aangesproken. De adellijke titel wijst op de maatschappelijke positie, terwijl het adellijke predicaat de bijbehorende aanspreekvorm is. Hetzelfde geldt voor het predicaat. Ook nu is het adellijke predicaat in veel namen niet afhankelijk van de laag binnen de samenleving. Vooral de toevoegingen ‘van/von’ en ‘ten/zu’ wijzen op een oorsprong van de naam in het adelrecht en zijn een predicaat.

Adellijke predicaten en het naamrecht

Het adellijk predicaat speelt juridisch nog altijd een belangrijke rol. Er bestaat echter geen specifiek adelrecht meer; het adellijk predicaat valt nu onder het naamrecht. Daardoor kunt u gemakkelijker een adellijke naam krijgen en vervolgens dragen.

U kunt op heel uiteenlopende manieren een adellijk predicaat verwerven. De naamstoevoeging kunt u verkrijgen via geboorte, naamswijziging, huwelijk of adoptie. Er zijn bovendien talrijke combinaties en aparte gevallen mogelijk. Over het algemeen kunt u het adellijk predicaat evenwel niet uitsluitend door een aankoop verwerven. Dat is alleen onder erg strenge voorwaarden toegelaten. U moet een psychische belasting kunnen aantonen, waarbij de naamstoevoeging absoluut noodzakelijk is voor uw mentale gezondheid. Het is erg lastig om een dergelijk bewijs alleen op basis van een niet-adellijke naam te leveren. Desondanks kunt u een adellijk predicaat verwerven en met een adellijke titel pronken.

Adellijke titel verwerven door huwelijk, geboorte en adoptie

Hoe word ik van adel? Wat houdt het in om tot de adelstand te behoren? In principe volstaat een adellijk predicaat niet om van adel te worden. De predicaten ‘van/von’ en ‘ten/zu’ zeggen niet of u tot de adel behoort. U heeft een echte adellijke titel nodig om tot de adelstand verheven te worden. Tegenwoordig is het verwerven van een klassieke adellijke titel en toetreding tot de adelstand alleen mogelijk voor vrouwen, die door huwelijk een adellijke titel verwerven. Bij een scheiding verliezen ze die titel echter even snel weer. Bovendien mag de vrouw deze titel niet doorgeven aan haar kinderen of volgende man. Alleen wettelijke kinderen zijn van adel en kunnen dus ook in de adelstand opgenomen worden. Adoptie is een andere mogelijkheid om echt tot de adelstand toe te treden.

Adellijke titel kopen – adel door aankoop

Kan ik een adellijke titel kopen? Kan ik werkelijk dankzij een groot vermogen van adel worden? Wie tot de adelstand wil toetreden en een echte adellijke titel wil dragen, kan dat via huwelijk of adoptie. Adoptie gebeurt soms tegen hoge bedragen. Een bekend voorbeeld is Prins Marcus von Anhalt, die zich liet adopteren en zo een adellijke titel kreeg. Het kopen van adoptie vormt echter een groot risico. Dit is namelijk in strijd met de goede zeden, waardoor alle overeenkomsten nietig zijn.

Een zinvol alternatief is dan ook de aankoop van een adellijke titel bij ons. Die mag u als adellijke titel dragen en als een soort pseudoniem gebruiken. Bovendien gebruikt u deze onbeperkt – het ondertekenen van overeenkomsten of het reserveren van een hotelkamer met uw nieuwe adellijke titel is toegelaten. Daarenboven krijgt u een authentieke oorkonde en een eigen wapen – zonder enig risico.